Hoe het begon

Vanuit mijn familie had ik in eerste instantie niets met watersport. Van huis uit hadden wij geen zeilboot, motorboot of wat voor vaartuig dan ook. Toen ik een jaar of 7 was kregen wij nieuwe buren vanuit Brabant. Onze buren waren echte watersporters en zij hadden ook hun boot meegenomen uit Brabant en in de Haven van Huizen gelegd. Het was een kleine zeilboot van ongeveer 7 meter met een kajuit. “Rakker” heette deze boot.

Ik was de eerste van mijn familie die een keer met onze buren mee ging zeilen op Gooimeer. Ik kwam helemaal enthousiast terug van een dag zeilen op het Gooimeer. Dat was het moment dat mijn ouders ook nieuwsgierig werden naar het zeilen. Later zijn mijn ouders ook uitgenodigd door onze buren en meegegaan tijdens een zeiltocht over het Gooimeer. Mijn moeder was meteen verkocht en zij kon zo genieten van de rust van het zeilen, het moment dat de zeilen gehesen werden en de motor uitging. Mijn familie heeft dankzij onze nieuwe buren kennis mogen maken met de watersport en wij waren het met zijn allen eens dat wij dit heel leuk vonden.

Kiemkieler

Uiteindelijk hebben mijn ouders zelf ook een zeilboot gekocht waarmee wij met de familie in de weekenden regelmatig op water te vinden waren. In eerste instantie hadden wij een kleine kiemkieler van ongeveer 8 meter. Een leuke zeilboot waarmee wij in de zomer er bijna ieder weekend opuit gingen. “Koffiepotten” was het meestal; rustig varen op de fok naar Bunschoten/Spakenburg of naar Harderwijk, waar wij regelmatig bleven overnachten.

Optimist

Bij de zeilschool in Huizen heb ik vervolgens zeilles gehad in een Optimist: zo’n klein vierkant bakje met een mast en een zeil waarin ongeveer ieder kind leert zeilen. Mijn oudere zusjes hadden zeilles in een Laser. Dat was voor de wat oudere kinderen en dat was spectaculairder dan een Optimist. Ik heb twee jaar les gehad in een optimist en heb daar de basisprincipes van het zeilen geleerd.

Catamaran

Toen ik 15 was heb ik veel met mijn vader gezeild op een catamaran. In eerste instantie voeren wij op een Hobie Cat 16, de karaktaristieke catamaran die ook wel “de bananenboot” genoemd werd. Catamaran zeilen is een spectakel op zich. Met hoge snelheden scheerden wij over het water en met een sterke wind zijn ook wij natuurlijk regelmatig omgeslagen. Later kregen wij een Hobie Cat 17. Deze boot vaart veel lekkerder dan een Hobie Cat 16 omdat deze meer door de golven heen snijdt dan zijn kleinere broertje. Helaas werd de Catamaran-haven in Naarden verkocht aan het Goois Natuur Reservaat en was ons catamaran avontuur na enkele jaren alweer ten einde. Daarna heb ik geruime tijd niet tot nauwelijks op het water gezeten.

Totdat ik vanuit mijn werk samen met mijn collega de Coníche Contact Center Regatta organiseerde; een jaarlijkse Regatta voor 500 gasten met als uitvalsbasis Forteiland Pampus. Ik kreeg de smaak van het watersporten weer te pakken.

RIB

Inmiddels had ik mijn vaarbewijs 1 en 2 gehaald en ik mocht nu zelf een snelle boot besturen. Op dat moment woonde ik in Amsterdam en ik twijfelde of ik nu een sloep, een legervaartuig of een RIB moest kopen. Ga ik varen in de Amsterdamse grachten of ga ik ook daarbuiten varen? Eigenlijk wist ik het niet zo goed. Na een vaartocht op een RIB van mijn oude buurjongen op de Kaagse Plassen was de beslissing snel genomen en (wederom door toedoen van mijn buren) ben ik weer aan het varen geslagen.

Nu vaar ik regelmatig met mijn RIB op het IJsselmeer en het Gooimeer of ik vaar naar Amsterdam voor een relaxte tocht over de Amsterdamse grachten. Ik vind het heerlijk om op het water te zijn en te genieten van de vrijheid die je daar hebt. En dat is in een druk Nederland een luxe en daar geniet ik dan ook met volle teugen van.